Drie vragen nieuwe klant kwalificeren voordat er een offerte op tafel ligt: dat is het hele intake-model dat bij Lypii werkt. Een lange vragenlijst voelt professioneel, maar filtert weinig. Drie goed gekozen vragen doen meer werk. Ze halen mismatch eruit voordat we uren praten over prijs, ze maken de verwachtingen wederzijds scherp, en ze houden het gesprek menselijk. Hieronder welke vragen dat zijn, waarom, en wat ik uit de antwoorden haal.

Waarom drie vragen genoeg zijn (voordat we praten over prijs)
Het doel van een intake is niet “alles weten”. Het doel is: weten of we bij elkaar passen. De rest komt later.
Een vragenlijst met 25 velden filtert vooral op geduld, niet op passendheid. Iemand vult hem in, jij verwerkt hem in een offerte, en pas in gesprek nummer twee ontdek je dat de beslissingsstructuur, het budget of het ambitieniveau niet klopt. Dan zijn er twee uur weg aan elke kant.
Drie mondelinge vragen doen dat filterwerk in vijftien minuten. Ze tonen drie dingen tegelijk: ambitie, besluitvorming en budget-realisme. De rest (merkidentiteit, sitemap, doelgroep-persona’s) komt in latere sprints. Eerst kijken of het klikt.
De MKB Servicedesk heeft goede achtergrondstukken over intake-gesprekken die uitgaan van hetzelfde principe: kort, mondeling, wederzijds.

Vraag 1: Hoe ziet een geslaagde site er over een jaar uit voor jou?
Dit is een open vraag met veel signaal. Wat je hoort:
- Iemand die zegt “meer klanten” zonder cijfer: nog geen scherp beeld, wat op zich prima is
- Iemand die zegt “20 aanvragen per maand via het formulier”: heldere KPI, ander gesprek
- Iemand die zegt “professioneler ogen dan de concurrentie”: designgedreven, niet lead-gedreven
Alle drie zijn okay antwoorden. Ze sturen alleen andere gesprekken. Bij de tweede optie ga je meteen praten over conversie, formulieren en tracking. Bij de derde over stijl en positionering. Bij de eerste help je eerst het doel scherp maken voor je de bouw start.
Wat je hier ook uitfiltert: iemand die geen antwoord kan geven omdat “de site er gewoon moet zijn”. Dat is een startsignaal om de vraag terug te leggen: waar heb je hem dan voor nodig? Zonder antwoord op die vraag wordt de bouw een uitvoering zonder richting, en dat merk je later.
Vraag 2: Wie beslist als jij en ik het oneens zijn?
Deze vraag klinkt confronterend en is bewust praktisch. In elk project komt er een moment waarop de klant en ik iets anders willen. Meestal iets kleins: een knopkleur, een formulier-veld, een structuur-keuze. Als iemand op dat moment “even moet overleggen met mijn vrouw en accountant”, stagneert het project.
Bij Lypii heb je direct contact met je webmaster, dus wij twee moeten dit samen kunnen oplossen. Als de eigenlijke beslisser jouw zakenpartner is die niet aan tafel zit, wordt dat later ingewikkeld. Beter is: zorg dat die persoon aan tafel zit, of dat jij mandaat hebt om zonder overleg te beslissen op kleine punten.
Voorbeeldscenario, geen echte klant: een eenmanszaak die het “even wil overleggen” bij elke keuze met vrouw en accountant. Wat de planning zou moeten zijn (twee weken bouw), wordt zes weken. Elk klein besluit heeft drie dagen wachttijd erin. Niemand is boos, maar het project loopt driedubbel.
De vraag “wie beslist” trekt dat scenario naar boven vóór het geld kost.
Vraag 3: Welk budget past bij jouw ambitie?
Deze vraag is de meest confronterende, en ook de meest respectvolle. Als iemand een nieuwe site wil van “iets tussen de €500 en €5.000”, is er iets niet uitgesproken. Ik werk zonder bureau-tarieven, dus €2.500 is realistisch voor een kleine nieuwe site, €500 niet. Deze vraag voorkomt drie gesprekken die op prijs stranden.
Ik vraag hem niet om af te schrikken. Ik vraag hem om te kunnen kalibreren. Als iemand een budget van €800 heeft, kan ik doorverwijzen naar een template-platform of zeggen: dit past bij een klein onderdeel, niet bij een hele nieuwe site. Als iemand een budget van €10.000 heeft en het project is in mijn scope €3.000, zeg ik dat ook. Geen luchtkolommen toevoegen om het budget te vullen.
Wat je hier ook uithaalt: iemand die de vraag niet wil beantwoorden. Meestal is dat een teken dat het budget niet bestaat, of dat de verwachting is dat ik “maar een offerte moet maken”. Beide zijn signalen voor een gesprek eerst.

Wat als een van de antwoorden niet klopt?
Dan zeg ik dat, en verwijs ik door. Doorverwijzen is geen falen. Het is precies wat een kwalificatie hoort te doen.
Concreet:
- Iemand met een budget onder de €500 die een hele site wil → template-platform, zelfbouw of een goedkope Fiverr-partij.
- Iemand met een complex integratie-project (ERP-koppelingen, headless-setup) → een groter bureau met meerdere developers.
- Iemand die alleen brand- en logo-werk zoekt → een designer of design-studio.
De KVK heeft een neutrale gids over samenwerken met opdrachtnemers waar deze filter-principes ook in staan: vroeg schoonschip is beter dan halverwege afhaken.
Doorverwijzen kost mij geen omzet. Het bespaart mij en de ander weken die geen match zou worden.
Wat er ná deze drie vragen gebeurt
Klopt het? Dan gaan we door naar een kort opstart-document, geen 20-pagina-formulier. De structuur van die eerste twee weken staat beschreven in onboarding nieuwe website klant.
De vervolgvragen (merkkleuren, favoriete referentiesites, sitemap-ideeën, benodigde toegangen) komen op dat moment, als het al zeker is dat we samen gaan werken. Vóór dat moment zou het paperwork zijn.
Zo houdt het intake-gesprek zijn functie: mens-check, geen administratieve check. En zo blijft de eerste interactie tussen jou en mij een gesprek in plaats van een formulier.



